Pinus

Den, pijn
Soorten en natuurlijke verspreiding
Pinus is het grootste geslacht binnen de familie der Pinaceae (dennenfamilie) met meer dan 100 soorten. Het geslacht Pinus kent Europese, Aziatische en Amerikaanse soorten. Het geslacht is inheems voor alle continenten en enkele eilanden in de oceaan op het noordelijke halfrond. Op het zuidelijke halfrond is Pinus geïntroduceerd als sierboom.
Morfologie
Pinus soorten zijn snelgroeiende, groenblijvende naaldbomen. De kroon is gewoonlijk kegelvormig als ze jong zijn, vaak rond tot afgeplat op oudere leeftijd. Binnen het geslacht bestaan 2, 3 en 5 naaldige soorten. Bij Pinus groeien de knoppen uit tot zowel lang- als kortloten, waarvan uitsluitend de kortloten naalden dragen. Pinus is eenhuizig, de mannelijke bloemen staan spiraalvormig om het onderste deel van het uitgroeiende langlot op de plaats van de kortloten. De mannelijke bloemen zijn geel, oranje of paars gekleurd. De vrouwelijke bloemen zitten op de top van de langloten.
Belangrijkste toepassingen
Pinus soorten komen voor in bossen en als sierboom in parken en tuinen. Het hout van Pinus soorten staat bekend als 'grenenhout'.
Groeiplaats
De in Nederland voorkomende Pinus soorten zijn weinig droogtegevoelig en weinig gevoelig voor voorjaarsvorst. De meeste soorten zijn tolerant t.o.v. de zuurgraad van de bodem, alhoewel sommige het beste gedijen op een neutrale tot licht zure bodem.
Ziekten en plagen
Pinus soorten zijn gevoelig voor diverse dierlijke aantastingen en infectieziekten, zoals kevers, rupsen, wortelschimmels, bastkankers en naaldziekten.