Larix decidua

Gewone of Europese lariks, Europese lariks, Gewone lariks (richtlijnsoort)
Natuurlijk verspreidingsgebied
De Europese lariks is een inheemse soort voor Europa en komt voor in de gebergten van Midden- en Noord-Europa. Het natuurlijke verspreidingsgebied omvat vier afzonderlijke gebieden: Alpen, Karpaten, Sudeten en Polen.
Morfologie
De Europese lariks is een bladverliezende naaldboom met kegelvormige kroon en horizontale takken, die een meer onregelmatige vorm krijgt wanneer hij ouder wordt. De kleur van de naalden is lichtgroen, later worden ze donkerder, in het najaar verkleuren ze bruin en vallen af. De naalden van de langloten staan spiraalvormig rondom de twijgen en zijn puntiger dan die van de kortloten. De bast van de Europese lariks is grijs en glad, op oudere leeftijd overgaand in een dikke, schilferachtige schors. De Europese lariks bloeit in maart/april, gelijk met de bladontwikkeling. De mannelijke kegels zijn klein, rond en goudgeel, de vrouwelijke kegels zijn purperrood, bij rijping zijn het bruine eivormige kegels.
Belangrijkste toepassingen
In Nederland vinden we generatief vermeerderde bomen van de Europese lariks in bossen en als sierboom in parken en/of plantsoenen. Het is een algemeen voorkomende soort. De soort komt niet voor als weg- en straatbeplanting. Het is een belangrijke houtsoort met duurzaam hout.
Groeiplaats
De Europese lariks is een uitgesproken lichthoutsoort. Het is een snelle groeier, echter minder snel dan de Japanse lariks. De soort stelt geen hoge eisen aan de bodem, behalve dat hij de voorkeur geeft aan een vochtige bodem, die niet te arm is. De soort kan niet tegen te droge zomers. Evenals de Japanse lariks is de Europese lariks weinig vorstgevoelig. Het is een stormvaste soort, die echter slecht bestand is tegen zoute zeewind.
Ziekten en plagen
L. decidua kan schade ondervinden van de volgende schimmels: Lachnellula willkommii (larikskanker), Meria laricis (lariksschot), Heterobasidion annosum (wortelzwam), Armillaria mellea (honingzwam) en daarnaast door een aantal naald- bast- en houtaantastende insecten.