Prunus avium

Boskers (richtlijnsoort)
Natuurlijk verspreidingsgebied
P. avium komt van nature voor in Europa, met uitzondering van het hoge noorden, tot aan Klein-Azië, de Kaukasus en westelijk Siberië.
Morfologie
De snelgroeiende, 15 tot 30 m hoge boom heeft een half-open, breed kegelvormige kroon. De stam heeft een grijze bast met lange horizontale strepen, ontstaan door de lenticellen. De lichtere takken staan schijnbaar in kransen. Daarnaast ontwikkelen zich zware zijtakken. De jonge twijgen zijn kaal; de dikke twijgen zijn met veel kortloten bezet. Het tot 15 cm lange, ovaal tot omgekeerd eironde, stomp gezaagde blad is rimpelig, van onderen min of meer behaard en in de bloeitijd dun. De bladsteel is 3-7 cm lang en in de nabijheid van de bladschijf met enige klieren bezet.
Belangrijkste toepassingen
Vegetatief vermeerderd plantmateriaal wordt zowel in het stedelijk gebied, voor straten, lanen, parken en plantsoenen, als in het landelijk gebied voor bossen en landschappelijke beplantingen gebruikt. Generatief vermeerderd plantmateriaal wordt gebruikt voor bossen en landschappelijke beplantingen. Het hout van de boskers is van goede kwaliteit en wordt onder andere graag gebruikt in de meubel- en fineerindustrie. De boskers heeft vanwege zijn fraaie bloei en herfstkleuren bovendien een hoge recreatieve waarde. De bomen kunnen op jonge leeftijd overvloedig kersen dragen, wat voornamelijk in het stedelijk gebied kan leiden tot vandalisme en vervuiling door de afvallende kersen of door uitwerpselen van vogels die van de kersen hebben gegeten.
Groeiplaats
P. avium verdraagt weinig schaduw. De soort stelt hoge eisen aan de bodemvruchtbaarheid. De vereiste zuurgraad varieert van zwak zuur tot zwak basisch, pH-KCl 4,5 - 6,5. De soort is gevoelig voor stagnerende grondwaterstanden maar heeft daarnaast een grote vochtbehoefte. Goed ontwaterde humeuze lemige zandgronden en doorwortelbare zavel- en kleigronden vormen de beste standplaatsen. P. avium is gevoelig voor wind, in het bijzonder voor zeewind.
Ziekten en plagen
Van de algemeen voorkomende infectieziekten en dierlijke aantastingen zijn in de gomziekte, de sproetvlekkenziekte en bladluis de belangrijkste. Soms treedt er aan het blad wat typische en opvallende skeletteervraat op, veroorzaakt door larven van de vruchtboombladwesp (Caliroa cerasi), maar die is weinig schadelijk