Pseudotsuga menziesii

Groene of gewone douglas, Douglas, Groene douglas, Gewone douglas (richtlijnsoort)
Natuurlijk verspreidingsgebied
De douglasspar is een boomsoort van het Noordwest-Amerikaanse gematigd regenwoud. Het natuurlijke verspreidingsgebied van de soort reikt van midden Brits Columbia langs de kust tot midden Californië en van de Rocky Mountains tot aan Arizona. Binnen de soort bestaan twee variëteiten: menziesii en glauca. De variëteit menziesii, die in de regenrijke kuststrook van westelijk Noord-Amerika voorkomt, is geschikt voor onze streken en de blauwe douglas (var. glauca), die wordt aangetroffen in de meer binnenlands gelegen berggebieden van de Rocky Mountains is niet geschikt voor aanplant in ons land.
Morfologie
De douglas behoort tot de grootste bomen ter wereld. Het is een snelgroeiende naaldboom, die in Europa meer dan 50 m hoog kan worden. De kroon is eerst kegelvormig, op oudere leeftijd meer afgevlakt. De groene naalden staan naar alle zijden af. De schors is op jeugdige leeftijd glad en voorzien van talrijke harsblazen, op volwassen leeftijd wordt deze ruw en kurkachtig. Douglas is eenhuizig. De mannelijke bloemen zijn cilindrisch, geelrood en zijstandig geplaatst aan de onderzijde van de voorjarige twijgen. De vrouwelijke bloemen zijn meer eindstandig en geelgroen van kleur. De bloei valt ongeveer in mei. De kegels zijn eivormig, hangend en vallen bij rijpheid niet uiteen.
Belangrijkste toepassingen
Het is in Nederland een algemeen voorkomende soort in bossen, tuinen en parken, heel soms als wegbeplanting. Douglas is één van de meest belangrijke houtsoorten in de wereld en levert sterk en duurzaam hout. De soort wordt via zaad vermeerderd.
Groeiplaats
Douglas is een halfschaduwsoort en op latere leeftijd een uitgesproken lichthoutsoort. Hij groeit het beste op matig zure, zandige leemgrond en is ongeschikt voor arme zandgrond en zware kleigrond. De soort heeft een lage vochtbehoefte, maar stelt hoge voedingseisen. Hoge grondwaterstanden worden slecht verdragen. De soort is niet voldoende bestand tegen zeewind. In ons land heeft hij weinig last van droogte. In de eerste levensjaren is de soort gevoelig voor koude wind en vorst. Douglas is gevoelig voor tijdelijke wateroverlast, permanent hoog grondwater en zoute wind.
Ziekten en plagen
Een veelvoorkomende schimmel bij douglas is Heterobasidion annosum (wortelzwam). Deze schimmel tast de wortels aan, maar ook het onderste deel van de stam. Tevens kan de soort last ondervinden van Armillaria mellea (echte honingzwam), Armillaria ostoyae (sombere honingzwam), Rhizina undulata (koffievuurtjeszwam), Phacidium coniferarum (Phomopsis schorsbrand) en Phaeolus schweintzii (dennevoetzwam). Deze laatste veroorzaakt vooral stamrot in het kernhout van de boom. Incidenteel kan de boom worden aangetast door Sparassis crispa en Calocera viscosa (resp. de grote sponszwam en de kleverige koraalzwam), die ook rot in het kernhout veroorzaken. Verder komen voor Phaeocryptopus gaeumannii en Rhabdocline pseudotsugea (resp. naaldschot en naaldvalziekte). Insecten die op douglas voorkomen zijn onder meer de douglaswolluis (Adelges cooleyi), die de naalden aan de onderzijde uitzuigt en bij pas geplante boompjes de grote dennensnuitkever (Hylobius abietis).