Salix triandra

Amandelwilg (geen richtlijnsoort)
Natuurlijk verspreidingsgebied
Het natuurlijke verspreidingsgebied van S. triandra omvat de gematigde streken van Europa, Azië en Noord-Afrika. De soort komt van nature in Nederland voor.
Morfologie
De soort is meestal struikvormig, maar kan ook als boom van 10 m voorkomen. Volwassen bomen hebben een oranjekleurige bast met afbladderende schors, waaraan de soort te herkennen is. De bladeren zijn donkergroen, kaal en en lancetvormig (5-8 cm lang en 1,5-2 cm breed). De bladrand is fijngezaagd. De steunblaadjes zijn groot en niervormig. In tegenstelling tot de meeste andere inheemse wilgen hebben de mannelijke bloemen van de amandelwilg drie meeldraden in plaats van twee. Bloeitijdstip is van april tot mei.
Belangrijkste toepassingen
De soort wordt zowel door winterstek als zaad vermeerderd en is geschikt voor landschappelijke beplantingen. Het is een belangrijke wilgensoort voor de griendcultuur.
Groeiplaats
De amandelwilg komt voor langs rivieren, in bossen en struwelen op vochtige, voedselrijke bodems. De soort is gevoelig voor voorjaarsvorst. Het is een half-schaduwsoort.
Ziekten en plagen
Er zijn geen specifieke ziekten en plagen waarmee met het gebruik van deze soort meer dan normaal rekening moet worden gehouden.