Genista anglica

Stekelbrem (geen richtlijnsoort)
Natuurlijk verspreidingsgebied
De stekelbrem is een inheemse soort die van nature voorkomt in het westen van Europa van Portugal tot Schotland en Jutland maar ook in Zuid-Italië en Noord-Morocco. Naast de stekelbrem zijn er nog drie andere Genista soorten inheems in Nederland: de Duitse brem (Genista germanica), de kruipbrem (Genista pilosa) en de verfbrem (Genista tinctoria). Genista lydia uit het zuidoosten van Europa wordt aangeplant in tuinen.
Morfologie
De stekelbrem is een overblijvende bladverliezende dwergstruik die een hoogte kan bereiken van 30-40 cm (zelden tot 100 cm). De struik heeft een penwortel. De liggende tot rechtopstaande twijgen zijn sterk vertakt, meestal onbehaard en voorzien van niet-vertakte stekels. De twijgen zijn aanvankelijk groen, maar verhouten na enige tijd. De kleine blauwgroene kale bladeren zijn 3-7 mm lang. De bladeren aan de bloeiende takken zijn eirond en spits en aan de overige takken langwerpig tot lijnvormig. Aan het eind van de takken verschijnen tussen april en juni korte bebladerde trossen met goudgele, tot 1 cm grote bloemen. De bloemen zijn tweeslachtig en hebben een relatief korte vlag in verhouding tot de kiel. De kelk heeft vaak aan beide kanten 2 steelblaadjes. De stekelbrem wordt bestoven door insecten zoals bijen. De vrucht is een smalle, onbehaarde, gekromde, circa 1,5 cm lange, iets opgeblazen peul waarin meerdere zaden zitten.
Belangrijkste toepassingen
Generatief vermeerderd materiaal van de soort wordt toegepast in natuurlijke beplantingen.
Groeiplaats
De stekelbrem komt voor in heidevelden, laagblijvende schrale graslanden, kalkarme duinen, langs spoorwegen en bermen op droge tot vrij vochtige, voedselarme, kalkarme zandgronden.
Ziekten en plagen
Er zijn geen belangrijke ziekten en plagen bekend die beperkend zijn voor het gebruik van de soort.