Acer campestre

Spaanse aak, veldesdoorn (geen richtlijnsoort)
Natuurlijk verspreidingsgebied
Acer campestre is een inheemse soort, die wijdverspreid in Europa, het noorden van Afrika en West-Azië voorkomt. De soort komt niet voor in Scandinavië en Finland en is zeldzaam in de zuidelijke delen van Spanje en Portugal.
Morfologie
De langzaam groeiende, tot 12 m hoge boom of struik is soms eenstammig maar heeft ook vaak één of meer stammen en een ronde kroon. De bladeren verkleuren in het najaar geel en rood. De jonge takken zijn bruin en behaard. Later worden ze kaal met duidelijke lengtestrepen, soms zijn ze voorzien van kurklijsten. De bladstelen bevatten melksap. De betrekkelijk kleine, handvormige, 5-lobbige bladeren hebben stompe bladlobben en een bladrand die vaak ook weer gedeeltelijk gelobd is. De bloei begint vóór het verschijnen van de bladeren. De gelig-groene bloemen zijn geplaatst in rechtopstaande en overhangende eindstandige tuilen. De behaarde vleugels van de splitvrucht zijn dun en vlak en liggen in elkaars verlengde.
Belangrijkste toepassingen
Generatief vermeerderd plantmateriaal wordt gebruikt voor heggen en singels, als geschoren, lage, dichte bermblokken en in de bosbouw als bijmenging (vulboomsoort) en voor bosranden.
Groeiplaats
Acer campestre groeit van nature op kalkrijke, vochtleverende, leem- of kleihoudende gronden, maar is geschikt voor veel grondsoorten mits deze niet uitgesproken arm en droog of nat en zuur zijn. De soort is weinig gevoelig voor wind, enigszins gevoelig voor zeewind en weinig gevoelig voor strooizout.
Ziekten en plagen
De boom kent geen soortspecifieke aantastingen. In singels die zijn aangelegd op voormalige landbouwgrond kan soms meer dan normale uitval optreden als gevolg van aantasting door de Verticillium-verwelkingsziekte.