Alnus glutinosa

gewone els, grauwe els, Zwarte els (richtlijnsoort)
Natuurlijk verspreidingsgebied
Alnus glutinosa is een klimaatvage soort, die in geheel Europa voorkomt en in Nederland inheems is. De soort komt van nature in broekbossen en in beekdalen voor waardoor zich twee typen ontwikkeld hebben. Het pionier(broekbos)type vertoont een snelle jeugdgroei, een vroege, overvloedige bloei en een stagnerende hoogtegroei. Het climax(beekdal)type heeft een minder snelle jeugdgroei, een latere en minder rijke bloei en het wordt tot 30 m hoog. Van Alnus glutinosa is herhaaldelijk zaad van uitgangsmateriaal uit het buitenland geïmporteerd. Pas de laatste twintig jaar bestaat er belangstelling voor goed groeiende binnenlandse herkomsten.
Morfologie
A. glutinosa groeit snel. De tot 30 m hoge boom heeft een langwerpige, pyramidale/eironde kroon met laag aangezette takken. De knoppen zijn gesteeld en hebben een blauwe waas. A. glutinosa heeft een verspreide bladstand. Het blad is rondachtig tot omgekeerd eirond van vorm met een onregelmatig gezaagde bladrand en een 1-2 cm lange bladsteel. Het jonge blad is zeer kleverig. De soort bloeit in februari-maart, vóór het verschijnen van het blad. De mannelijke bloeiwijze is een geel, hangend katje. De vrouwelijke bloeiwijze bestaat uit verscheidene, bij elkaar staande, duidelijk gesteelde, rode katjes. A. glutinosa heeft een hartwortelsysteem dat tot in het grondwater kan groeien. De wortels vormen geen opslag.
Belangrijkste toepassingen
Generatief vermeerderd materiaal is in de afgelopen decennia veelvuldig als bosplantsoen voor landschappelijke, recreatieve en bosbouwkundige (vulboomsoort) doeleinden aangeplant. De soort wordt als (gesnoeide) windsingel rondom boomgaarden en als natuurlijke beschoeiing langs waterlopen gebruikt. De soort verdraagt snoei goed. Vanouds wordt A. glutinosa regelmatig teruggekapt (hakhout), waarna de boom zich gemakkelijk herstelt door het maken van snelgroeiende nieuwe uitlopers.
Het hout wordt gebruikt voor bezems, borstels, speelgoed en fineer.
Groeiplaats
Alnus glutinosa is redelijk schaduwverdragend. De soort stelt betrekkelijk lage eisen aan de voedingstoestand van de bodem, maar hoge eisen aan de vochtvoorziening. De soort wortelt door de grondwaterspiegel heen zodat er ook bij een hoge waterstand een goede verankering is. A. glutinosa komt van nature dan ook vooral voor op gronden met een hoge (voorjaars)grondwaterstand. De soort is goed bestand tegen wind en redelijk bestand tegen zeewind.
Ziekten en plagen
De boom is zeer gevoelig voor aantasting door het elzenhaantje.