Castanea sativa

Tamme kastanje (richtlijnsoort)
Natuurlijk verspreidingsgebied
Hoewel Castanea sativa algemeen wordt beschouwd als inheems in het zuiden van Europa, Klein Azië en delen van de Noord-Afrikaanse kuststrook, tonen archeologische vondsten aan dat de soort zijn eigenlijke oorsprong heeft in Armenië. De Grieken en later ook de Romeinen hebben Castanea sativa met name vanwege de vruchten verspreid door Europa, waardoor het huidige natuurlijke verspreidingsgebied is ontstaan. Castanea sativa heeft zich door de gunstige klimatologische- en bodemomstandigheden in het wild binnen dit gebied kunnen verspreiden. Sinds ongeveer 300 voor Christus loopt het natuurlijk verspreidingsgebied daardoor van Spanje, Portugal en de Pyreneeën via Zuid-Frankrijk, Zwitserland (Tessiner Alpen), het Italiaanse vasteland, Sicilië, Corsica en Sardinië, via de Balkan (voormalig Joegoslavië, Griekenland en Bulgarije) tot aan de Zwarte Zee en verder via Turkije, geheel Klein Azië en de Kaukasus tot diep in Armenië. In Noord-Afrika komt Castanea sativa voor in een brede kuststrook van Marokko tot Tunesië.
Morfologie
Grote, tot 25 m (zelden 30 m) hoge bladverliezende boom met een brede, grillige kroon. Korte, zware stam, die vaak draaigroei vertoont, waardoor de schorsgroeven spiraalsgewijs om de stam lopen. Blad 10 tot 25 cm lang, langwerpig, breed lancetvormig; veernervig met een getande bladrand en een vrij korte bladsteel. Bladkleur glimmend heldergroen, in de herfst verkleurend via gelig groen in goudgeel en roestbruin. Castanea sativa is eenhuizig en de tweeslachtige bloemen bloeien in juni-juli. Opvallende, opstaande tot iets overhangende katjesachtige bloeiwijzen van 12-20 cm lang, bestaande uit óf alleen geel tot groenig witte mannelijke bloemen óf uit vele mannelijke bloemen met onder in de bloeiwijze 2 tot 3 onopvallende geelgroene vrouwelijke bloemen. De vruchten (kastanjes) zitten in zeer stekelige heldergroene bolsters meestal met 2 bij elkaar, soms 1, zelden 3. In oktober zijn de kastanjes rijp en barsten de bolsters open.
Belangrijkste toepassingen
In het herkomstgebied een belangrijke vrucht- en houtleverancier. De tamme kastanje heeft net als de andere soorten in het geslacht Castanea een sterk regenererend vermogen, en wordt daarom veel als hakhout geteeld. Het hout is qua eigenschappen vergelijkbaar met eikenhout: sterk, hard, elastisch en duurzaam. In Nederland staat C. sativa daarom, net als Robinia pseudoacacia, in de belangstelling als mogelijke bron van duurzaam geteeld inlands hardhout, ter vervanging van tropische hardhoutsoorten. In de bosbouw wordt generatief vermeerderd plantmateriaal gebruikt als vulboomsoort.
Groeiplaats
Castanea sativa stelt vergelijkbare eisen aan de groeiplaats als de eik, maar heeft een beter schaduwverdragend vermogen. Bij voorkeur planten op een diep doorwortelbare, goed waterdoorlatende vochthoudende en voedselrijke grond die niet té nat mag zijn. Groeit zeer slecht op zware, natte en koude kleigronden. Niet geschikt voor kalkrijke bodems. De tamme kastanje verdraagt wind in principe goed maar is minder goed bestand tegen de zoute zeewind, evenals tegen strooizout. Bij strenge vorst kunnen vorstscheuren in de stam ontstaan.
Ziekten en plagen
C. sativa kan worden aangetast door kastanjekanker, veroorzaakt door Cryphonectria parasitica (syn. Endothia parasitica, 'American chestnut blight') en door de inktziekte (Phytophthora cinnamomi). Tot dusver (2017) hebben serieuze aantastingen in Nederland zich nog niet voorgedaan.