Fraxinus excelsior

Gewone es (richtlijnsoort)
Natuurlijk verspreidingsgebied
F. excelsior komt van nature voor in West-, Midden- en Oost-Europa vanaf Noord-Spanje en de Balkan tot Zuid-Scandinavië, de Kaukasus en Klein-Azië. De soort is in Nederland inheems.
Morfologie
De gewone es groeit vrij snel. De bomen kunnen twee- tot driehonderd jaar oud worden en een hoogte bereiken tot 40 m. De bast is glad en op latere leeftijd licht gegroefd. Er is zelden of nooit wortelopslag. De kroonvorm is variabel. De twijgen zijn kaal en grijs met zwarte, tegenoverstaande knoppen. Het grote, oneven geveerde blad verschijnt in april-mei. Het heeft 9-11 blaadjes die 5-8 cm groot zijn, lancetvormig, toegespitst en fijn gezaagd. De bloei is in april net vóór of tegelijk met het verschijnen van de bladeren. De bloeiwijze is okselstandig en pluimvormig. De boom is tweehuizig, of eenhuizig met mannelijke, vrouwelijke en tweeslachtige bloemen. De bloemen hebben geen kelk en geen kroon. De vrouwelijke rassen vormen platte, lancetvormige, gevleugelde vruchten, die 's winters aan de boom blijven hangen.
Belangrijkste toepassingen
Voor bosdoeleinden wordt alleen generatief vermeerderd plantmateriaal gebruikt. Het hout van F. excelsior is taai en heeft goede elastische eigenschappen waardoor het voor tal van doeleinden geschikt is.
Groeiplaats
F. excelsior verdraagt in het jeugdstadium schaduw maar is op latere leeftijd uitgesproken lichtminnend en ongevoelig voor zonnebrand. F. excelsior stelt hoge eisen aan de vruchtbaarheid en het zuurstofgehalte van de bodem, vraagt een ruim gehalte aan kalk en fosfaat en verdraagt zure grond slecht. De soort stelt hoge eisen aan het vochtleverend vermogen van de grond. F. excelsior is enigszins tolerant voor strooizout. Door het van nature diep wortelende penwortelstelsel, later overgaand in paalwortels, komt windworp zelden voor. Kroon- en takbreuk komt weinig voor. F. excelsior is redelijk bestand tegen zoute zeewind. F. excelsior is winterhard, maar gevoelig voor late voorjaarsvorst.
Ziekten en plagen
De essentaksterfte veroorzaakt door een invasieve schimmel (Hymenoscyphus fraxineus) is veruit de belangrijkste aantasting van de es. Hierdoor treedt momenteel veel sterfte op in geheel Nederland incl. de opstanden die op de rassenlijst bomen staan. Een klein percentage bomen is tolerant tegen de schimmel. In gebieden met essentaksterfte vindt ook regelmatig aantasting door de honingzwam plaats (Armillaria spp). Daarnaast kan F. excelsior worden aangetast door de bastwoekerziekte, die wordt veroorzaakt door de bacterie Pseudomonas syringae. Een opvallende, maar niet ernstige, insectenaantasting wordt veroorzaakt door de essengalmijt (Aceria fraxinivora), die bloemkoolachtige gallen op de bloeiwijzen veroorzaakt die vaak een jaar aan de boom blijven hangen.