
Veelgestelde vragen
Vragen over de Rassenlijst:
De Rassenlijst Bomen is een hulpmiddel bij de aanplant van landschappelijke beplantingen en (productie)bos. Voor alle typen bos- en landschappelijke aanplant wordt geadviseerd de Rassenlijst Bomen te gebruiken bij de keuze van het plantmateriaal. In de Rassenlijst Bomen staat uitgangsmateriaal van hoge genetische kwaliteit. Gebruiken van de Rassenlijst Bomen bij de keuze van plantmateriaal geeft een grotere zekerheid over de hoge kwaliteit van bomen. De Rassenlijst Bomen bevat materiaal voor aanplant voor zowel productie- als ecologische doeleinden.
Meer informatie
Als het CGN onderzoek heeft gedaan naar de genoemde herkomst, dan staat de publicatie als link in de kolom ‘opmerkingen’ in de herkomstentabel van de betreffende soort. Of kijk op de pagina Onderzoeksresultaten voor alle rapporten en publicaties.
Meer informatie
Vragen over het gebruik van de Rassenljist Bomen:
Op dit moment zijn er dan geen geregistreerde opstanden of rassen van deze soort op de Rassenlijst Bomen.
Voor het opnemen van een opstand in de categorie S of SI kan het reguliere aanmeldformulier worden gebruikt. Deze aanmeldingen gaan vervolgens direct de keuringsprocedure in. Indien je niet alle gegevens over de opstand weet, dan is ook het eenvoudige en verkorte Quickscan formulier te gebruiken. Het CGN doet voor deze aanmeldingen een quickscan om te bepalen of ze in aanmerking komen voor verdere keuring voor opname in de Rassenlijst Bomen.
Meer informatie
Geselecteerd materiaal is volgens de EU-normen op populatieniveau op uiterlijk (fenotype) geselecteerd. Getest materiaal is in goed aangelegde proeven getest en heeft haar meerwaarde bewezen boven geaccepteerde standaards. Bij zowel geselecteerd als getest materiaal is afhankelijk van de boomsoort gelet op/onderzoek gedaan naar boomvorm, takkigheid, dikte en stand van de takken, uitloopstadium, groei- en gezondheidsaspecten.
Meer informatie
Bij de intrede van de categorie ‘van bekende origine’ in 2002, werd niet langer louter op bosbouwkundige (productie) aspecten gelet, maar tevens op de ecologische aspecten van het gebruik van bepaald teeltmateriaal. Is de doelstelling meer ecologisch dan gericht op bosbouwkundige aspecten (productie), dan is materiaal afkomstig uit de categorie SI (van bekende origine) geschikt. Dit betreft autochtoon materiaal. Zo zal het bij herstelwerkzaamheden in een natuurgebied gewenst zijn plantmateriaal te gebruiken van autochtone herkomst.
Meer informatie
Vragen over termen:
Dit is het plantmateriaal dat bestemd is voor de productie van teeltmateriaal.
Meer informatie
Dit is het materiaal dat afkomstig is van uitgangsmateriaal. Dit kunnen kegels, vruchten, zaden en plantendelen (verkregen door vegetatieve vermeerdering) zijn, maar ook het plantgoed dat hieruit verkregen is.
Een richtlijnsoort is een soort die valt onder de Richtlijn van 22 december 1999 (1999/105/EEG) betreffende het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal.
De Richtlijn heeft tot doel dat voor bosbouwkundig gebruik in de aangesloten lidstaten van een aantal zogenaamde ‘EU-soorten’ uitsluitend teeltmateriaal van een voldoende genetische kwaliteit conform EU-normen gecertificeerd in de handel gebracht mag worden.
Meer informatie
Nederland bestaat uit één herkomstgebied. Dit is een gedefinieerd gebied voor een soort of ondersoort, waar voldoende uniforme ecologische omstandigheden heersen en waar opstanden of zaadbronnen met soortgelijke fenotypische of genetische kenmerken worden aangetroffen.
Dit is de groeiplaats van een opstand. In overdrachtelijke zin betekent dit de feitelijke partij zaden of ‘plantsoen’ van die herkomst. Dus niet alleen ‘dit plantsoen heeft als herkomst de Moretusbossen’ maar ook ‘herkomst Moretusbossen groeit beter dan herkomst X’. In die zin is een herkomst dus een geïdentificeerde populatie.
In de rassenlijst wordt bij de vegetatief vermeerderde gewassen gesproken over rassen. Volgens de Zaaizaad- en Plantgoedwet is een ras: Een plantengroep binnen één botanisch taxon van de laagst bekende rang, welke kan worden gedefinieerd aan de hand van de expressie van de eigenschappen die het resultaat zijn van een bepaald genotype of een combinatie van genotypen en onveranderd kan worden vermeerderd. Soms wordt in plaats van het woord ras ook wel de term cultivar gebruikt, die dezelfde betekenis heeft. Een ras kan langs vegetatieve weg, bijvoorbeeld door stekken of enten, vermeerderd worden.
Wanneer de bomen via vegetatieve vermeerdering afkomstig zijn van dezelfde ouder- (moeder-) boom of -plant, dan wordt van een kloon gesproken.
Op de pagina uitleg categorieën en typen uitgangsmateriaal worden alle typen uitgangsmateriaal uitgelegd.
Meer informatie
- Wat is uitgangsmateriaal?
Op de pagina uitleg categorieën en typen uitgangsmateriaal worden alle categorieën uitgelegd, met daarbij de typen uitgangsmateriaal die binnen de verschillende categorieën vallen.
Meer informatie
- Wat is uitgangsmateriaal?
Volgens de EU-richtlijn is een opstand autochtoon als deze zich sinds de spontane vestiging na de laatste ijstijd door continu natuurlijke verjonging heeft vernieuwd. Een oorspronkelijk inheemse opstand wordt autochtoon genoemd. De opstand mag alleen kunstmatig zijn verjongd als het teeltmateriaal uit dezelfde opstand of uit autochtone opstanden in de nabije omgeving is verkregen.
Meer informatie
- Wanneer is een opstand inheems
- Lees meer over autochtone herkomsten
Volgens de EU-richtlijn is een inheemse opstand een autochtone opstand of een opstand die kunstmatig is geteeld met zaad uit hetzelfde herkomstgebied. Aangezien Nederland bestaat uit één herkomstgebied kunnen opstanden ook inheems zijn wanneer deze zijn aangelegd met bomen en struiken uit andere regio’s in Nederland. Een autochtone opstand is dus altijd inheems, maar een inheemse opstand is niet altijd autochtoon.
Meer informatie
- Wat is een herkomstgebied
- Wanneer is een opstand autochtoon
De toepassing van alle bosbouwkundig teeltmateriaal, zoals bedoeld in de Richtlijn 1999/105/EG in bossen en landschappelijke beplantingen die vallen binnen de werkingssfeer van de boswet, en de boomsoort linde en de categorie wegbeplantingen en éénrijige beplantingen op of langs landbouwgronden die bestaan uit populieren of wilgen.
Meer informatie
Een opstand is een afgebakende, wat samenstelling betreft voldoende uniforme populatie bomen of struiken.
Meer informatie
Beplanting die speciaal aangelegd wordt voor de oogst van zaden en bestaat uit een verzameling ‘plusbomen’. De beplanting ligt geïsoleerd teneinde bestuiving door externe stuifmeelbronnen te voorkomen.
Meer informatie
Klonen die geselecteerd zijn op goede groei, gezondheid en houtkwaliteit.
Vragen over de organisatie:
Het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN) draagt zorg voor de Rassenlijst Bomen in opdracht van de Raad voor plantenrassen die verantwoordelijk is voor de lijst. Het CGN voert onderzoek uit dat ten grondslag ligt aan de Rassenlijst Bomen.
Meer informatie
