Ribes nigrum

Zwarte bes (geen richtlijnsoort)
Natuurlijk verspreidingsgebied
Het natuurlijke verspreidingsgebied van de zwarte bes omvat vele delen van Europa tot Centraal-Azië. Vanaf de 16e eeuw is de soort in cultuur gebracht. De soort komt van nature in Nederland voor.
Morfologie
Ribes nigrum is een sterk geurende struik (na beschadiging van de bast) die tot 2 m hoog wordt. De 4-5 mm dikke twijgen zijn bezet met klierharen. De 5-10 cm lange bladeren met een 3-5 cm lange bladsteel zijn 3-5 lobbig, dubbelgezaagd. Aan de onderzijde zijn de bladeren behaard met geelachtige klierharen. De groenachtig witte of roze bloemen zijn tweeslachtig en staan in okselstandige 5-12 bloemige trossen en bloeien in april - mei. De vruchten zijn ronde, ca 1 cm grote zwarte bessen.
Belangrijkste toepassingen
Vegetatief vermeerderde cultuurvariëteiten worden gebruikt in de fruitteelt. Generatief vermeerderd materiaal is geschikt voor landschappelijke beplantingen.
Groeiplaats
De zwarte bes komt voor in schaduwrijke natte bossen, heggen, struikgewas en elzenbroekbossen. De soort gedijt minder goed op kalkrijke gronden en is gevoelig voor zout.
Ziekten en plagen
De soort kan last hebben van aantastingen door de bessenrondknopmijt (Cecidophyopsis ribis) die opgezwollen, niet meer uitlopende knoppen veroorzaakt en de bessenbladgalmug (Dasineura tetensi) waardoor bladmisvorming en voortijdige verdorring en val van het blad kan optreden. Van de Ribes-soorten is vooral de zwarte bes gevoelig voor aantastingen door de zwartebessenroest. Deze veroorzaakt talrijke gele vlekken (sporenhoopjes) op de onderkant van de bladeren vooral die van Ribes nigrum. Op de vijfnaaldige den (Pinus strobus), de tussenwaardplant voor deze roestziekte, veroorzaakt de schimmel de blaasroest op de bast van de stam en takken. Bij elkaar aanplanten van de zwarte bes en de vijfnaaldige den dient om dan ook te worden vermeden.