Taxus baccata

Gewone taxus, ijf (geen richtlijnsoort)
Natuurlijk verspreidingsgebied
Het natuurlijk verspreidingsgebied van de gewone taxus omvat Europa tot het zuidelijk deel van Scandinavië, Noord-Afrika en West-Azië. De soort is één van de drie inheemse naaldboomsoorten in Nederland, naast grove den en jeneverbes.
Morfologie
Taxus baccata is een struikachtige boom die tot 20 m hoog kan worden. De horizontale twijgen zijn kaal en groen, later bruin. De stam heeft op hogere leeftijd een afschilferende schors, waardoor rode plakken op de bast ontstaan. De donkergroene, 1-4 cm lange en 2-3 mm brede glimmende naalden zijn plat en kortgesteeld en spiraalvormig gerangschikt, maar met een gedraaide bladvoet, waardoor de naalden op de oudere twijgen in twee platte, overstaande rijen zijn gerangschikt. De soort is tweehuizig, maar soms kunnen individuen tijdelijk van sexe veranderen. De mannelijke bloemen zitten aan de onderzijde van de twijgen als gele ronde 3 mm grote knopjes en bloeien in maart. De vrouwelijke groene bloemen zijn klein en alleenstaand en zitten op de uiteinden van de twijgen. Ze bloeien ook in maart of april. De 4-7 mm lange vrucht is een eirond nootachtig zaadje dat zich bevindt in een halfgesloten, vlezige helderrode, 8-12 mm grote bes. Dit omhulsel is minder giftig voor (zoog)dieren dan de rest van de boom en de bes wordt dan ook veel door vogels gegeten (die zodoende zorgen voor de ruimtelijke verspreiding van de soort).
Belangrijkste toepassingen
De soort wordt via zaad of stek vermeerderd en als sierboom gebruikt voor tuinen, parken en heggen en is geschikt voor landschappelijke beplantingen. Het taaivezelige hout vindt beperkte toepassing in de fijnhoutindustrie, maar heeft nauwelijks commerciële waarde. Taxus baccata heeft een groot herstellingsvermogen na kap of snoei en is daardoor goed als gesnoeide vormboom te handhaven.
Groeiplaats
De soort komt voor in loofbossen op vochtige, humeuze grond, vooral langs beken, ook op rotsen en berghellingen. De soort heeft een groot schaduwverdragend vermogen, beter dan anderen naaldboomsoorten. Doordat de soort goed schaduw verdraagt kan hij zich redelijk goed ontwikkelen als "verwildering" van oudere bossen. Gewone taxus stelt geen hoge eisen aan de bodem, hoewel hij de voorkeur geeft aan wat kalkhoudende grond. Zure bodems worden slecht verdragen (pH-KCl < ca. 4,0). Hij is matig gevoelig voor droogte en spatzout en de tolerantie voor bodemzout is laag.
Ziekten en plagen
Alhoewel deze soort in de praktijk doorgaans een gezonde boom is kunnen onder bepaalde omstandigheden aantastingen van de taxuskever die vooral in jonge beplantingen en kwekerijen aanzienlijke schade aanrichten door naaldvraat (kevers) en vraat aan de wortels (larven).