Acer platanoides

Noorse esdoorn (richtlijnsoort)
Natuurlijk verspreidingsgebied
Acer platanoides komt van nature voor in het noorden van Europa tot de 62e breedtegraad, in Rusland tot het Oeral-gebergte, in Centraal-Europa, de Baltische staten, Turkije en de Kaukasus. De soort komt verwilderd voor in het Verenigd Koninkrijk en de westelijke kustlanden van Europa.
Morfologie
De 15 tot 20 m hoge, soms 30 m hoge boom heeft een breed-ronde kroon. Buiten Nederland zijn bomen tot 30 m hoog gevonden. De schors is bruinzwart van kleur met ondiepe voren. De onbehaarde twijgen zijn, afhankelijk van de zonbeschenen kant, groen tot bruin van kleur met rode knoppen. De bladstelen hebben een lengte van 6-20 cm en scheiden melksap af bij het doorsnijden; ook de nerven bevatten melksap. Het 10-25 cm grote blad is 5-lobbig. De bladrand is wijd getand. De bladkleur is groen, soms bruinrood. De herfstkleur is goudgeel tot oranjerood. De bloei begint vóór het verschijnen van het blad. De bloemtuilen bevatten veel groengele bloemen en zijn eindstandig. De vlakke splitvruchten zijn goed ontwikkeld en 4-7 cm lang. De vleugels liggen in een stompe hoek tegenover elkaar. Het hout is witgeel van kleur.
Belangrijkste toepassingen
Generatief vermeerderd plantmateriaal wordt incidenteel toegepast in landschappelijke beplantingen en bosopstanden. Het hout wordt voornamelijk gebruikt voor meubels, betimmeringen en gebruiksvoorwerpen.
Groeiplaats
De soort verdraagt licht beschaduwde standplaatsen en stelt geringe eisen aan de bodem mits er geen sprake is van extreme droogte of stagnerend grondwater dat soms voorkomt op hooggelegen zandgronden of veengronden. A. platanoides is weinig gevoelig voor wind, gevoelig voor zeewind en tamelijk gevoelig voor strooizout. Met name jonge tot halfvolwassen bomen kunnen soms last hebben van vorstschade op de bast aan de naar de zon toegekeerde zijde.
Ziekten en plagen
Verwelkingsziekte (Verticillium dahliae) kan vooral op de kwekerij en bij pas geplante bomen tot uitval leiden. De belangrijkste andere aantastingen zijn die door het meniezwammetje (Nectria cinnabarina, vuur), meeldauw, de inktvlekkenziekte en af en toe luizen.