Quercus petraea

Wintereik (richtlijnsoort)
Natuurlijk verspreidingsgebied
Q. petraea is inheems in vrijwel geheel Europa met uitzondering van Portugal, centraal en midden Spanje, midden en noord Scandinavië, Finland en Rusland en behoort ook in Nederland tot de van nature voorkomende soorten. In Nederland is deze soort echter belangrijk minder algemeen dan de er op gelijkende Q. robur.
Morfologie
Q. petraea groeit langzaam en kan zeer oud worden. De tot 35 m hoge boom heeft een tamelijk rechte stam met een in de lengterichting vrij diep gegroefde schors. Deze boom heeft een tot de top doorlopende spil en een breed uitgroeiende kroon met vrij rechte takken. Het geheel is regelmatiger dan bij de zomereik. De soort heeft spitse knoppen. Het blad verschijnt laat. De bladsteel is 1-2 cm lang. Het 8-12 cm lange blad heeft een niet-geoorde, wigvormige bladvoet en een regelmatige, symmetrische, stomp gelobde bladrand. Het blad is aan de bovenzijde glimmend groen van kleur. Q. petraea is eenhuizig en eenslachtig. De soort bloeit in mei. De eikels zijn 1,5-2,5 cm lang en eivormig. Ze rijpen in de herfst van het jaar van bloei. De napjes zijn niet of zeer kort gesteeld. De bloei en zaaddracht van de wintereik is minder vaak en overvloedig dan die van de zomereik en de eikels kiemen eerder (vaak al in de herfst). Q. petraea levert hout van goede kwaliteit en is zeer belangrijk voor de fineerindustrie. Voor stammen van hoge kwaliteit kunnen extreem hoge prijzen worden betaald.
Belangrijkste toepassingen
De wintereik wordt gebruikt in bossen, landschappelijke beplantingen en in het stedelijk gebied voor brede straten, lanen, parken en plantsoenen. De soort wordt via zaad vermeerderd.
Groeiplaats
De wintereik kan op zeer arme gronden groeien en is minder droogtegevoelig dan de zomereik. Deze soort is dus ook bruikbaar voor beplantingen op hogere en drogere gronden. Voor een goede ontwikkeling komen humeuze of leemhoudende zandgronden echter meer in aanmerking. De wintereik vereist veel beter ontwaterde gronden dan de zomereik en tolereert geen tijdelijke wateroverlast of overstroming in de vegetatieperiode. Q. petraea kan vrij goed tegen wind, maar is gevoelig voor zeewind. Niet aangepaste herkomsten kunnen in de jeugdfase gevoelig zijn voor strenge vorst.
Ziekten en plagen
De belangrijkste schadeveroorzakers zijn de rupsen van de groene eikenbladroller (Tortrix viridana), de grote wintervlinder (Erannis defoliaria) en de kleine wintervlinder (Operophtera brumata).