Lonicera

Kamperfoelie
Soorten en natuurlijke verspreiding
Het geslacht Lonicera behoort tot de Caprifoliaceae (kamperfoeliefamilie). Het is een groot geslacht van meer dan 200 soorten die op het noordelijk halfrond voor komen. Hiervan zijn twee soorten inheems in Nederland: Lonicera xylosteum en Lonicera periclymenum.
Morfologie
Lonicera soorten hebben al dan niet behaarde, tegenoverstaande bladeren, die kort gesteeld, zittend of schotelvormig vergroeid zijn. De twijgen zijn vaak hol. De bloemen staan okselstandig, twee bijeen, of in zittende schijnkransen met twee grote schutbladen en vier kleine voorblaadjes. De bloemen zijn vijflobbig en regelmatig, of min of meer tweelippig. De bloem is trechter-, trompet- en of pijpvormig en op de bodem bevinden zich nectariën. De bloemen geuren door aanwezigheid van nectar. Ze zijn roomwit, lichtgeel, geel, oranje, rood, scharlakenrood of purperkleurig. De vrucht is een vlezige bes en is wit, oranje, rood of (blauw)zwart gekleurd.Belangrijke toepassingenCultivars van Lonicera soorten worden als sierplant gebruikt in tuinen, plantsoenen en parken. Voor landschappelijke beplantingen zijn Lonicera xylosteum en Lonicera periclymenum geschikt.
Belangrijkste toepassingen
Cultivars van Lonicera soorten worden als sierplant gebruikt in tuinen, plantsoenen en parken. Voor landschappelijke beplantingen zijn Lonicera xylosteum en Lonicera periclymenum geschikt.
Groeiplaats
Lonicera soorten groeien aan bosranden en open plekken. Ze verdragen zowel schaduw als volle zon maar geven de voorkeur aan halfschaduw. De voet van de plant verlangt over het algemeen schaduw. Soorten van het geslacht stellen geen bijzondere eisen aan de vruchtbaarheid en de vochtvoorziening van de bodem en zijn matig tot redelijk tolerant voor strooizout en zeewind. De meeste soorten groeien op zowel kalkhoudende als (licht) zure bodems.
Ziekten en plagen
Lonicera kent geen bijzondere aantastingen. Er kunnen soms aantastingen van bladluizen (Hyadaphis sp. en Prociphilus sp.) voorkomen.