Betula

Berk
Soorten en natuurlijke verspreiding
Het geslacht Betula behoort tot de Betulaceae (berkenfamilie) en komt verspreid voor op het hele noordelijk halfrond. Het bestaat uit ongeveer dertig bladverliezende soorten. Hiervan komen alleen B. pendula en B. pubescens van nature in Nederland voor.
Morfologie
Het meest bekende kenmerk van de berk is het in horizontale banden afbladderen van de bast op de stam. De nieuwe bast is soms wit maar kan ook roodachtig tot rood en (zoals bij de meeste soorten) bruinachtig zijn. De bladeren staan verspreid en zijn enkelvoudig. Het geslacht is eenhuizig met eenslachtige bloemen die in katjes bijeen staan. De mannelijke bloeiwijze bestaat uit gele hangende katjes die zich al voor de winter ontwikkelen. Ze rekken tijdens de bloei in het voorjaar. De staande vrouwelijke katjes zijn aanvankelijk veel kleiner en door knopschubben omgeven. Ze staan op kortloten onder aan de mannelijke bloeiwijzen. De schutblaadjes verhouten niet. Er wordt een zeer klein, vaak dubbel gevleugeld nootje gevormd. Bij rijpheid vallen de katjes vaak uiteen. Het vrij zachte hout is wit tot geelbruin gekleurd.
Belangrijkste toepassingen
Generatief vermeerderd plantmateriaal van de soorten B. pendula en B. pubescens wordt gebruikt in bossen en landschappelijke beplantingen. Het herstelvermogen van de berk is gering. Oude bomen zijn niet meer te verplanten. De berk ontwikkelt voor en tijdens de bladontwikkeling een krachtige sapstroom in de stam en takken. Verwonding moet dan worden voorkomen. Snoei dient alleen te gebeuren in de periode dat de boom volop in blad staat. Berkenhout wordt in Nederland gebruikt voor fineer, triplex, vloeren en meubels.
Klimaat- en groeiplaatseigenschappen
Betula is gevoelig voor droogte. Vochtgebrek kan leiden tot bladvergeling, bladval en slechte boomvorm. Voor een goede groei en ontwikkeling prefereert Betula een lichte, voedsel- en vochtleverende, goed doorwortelbare grond. Ze groeien goed op zowel zure als licht basische gronden. Betula is gevoelig voor zeewind en strooizout.
Ziekten en plagen
Bladroest (Melampsoridium betulinum en Phyllactinium guttata) veroorzaakt gele vlekjes op de bladeren en aan de onderkant oranjerode sporenhoopjes. Schurftachtige bladvlekken kunnen worden veroorzaakt door de schimmel Discula betulina. Opvallend, maar weinig schadelijk zijn de zgn. heksenbezems. Dit zijn bezemachtige woekeringen van jonge twijgen die worden veroorzaakt door de schimmel Taphrina betulina. Deze komt incidenteel voor en de gevoeligheid voor aantasting verschilt per individu. Specifiek voor de berk is de aantasting door de berkenzwam (Piptoporus betulinum), die het hout van aangetaste stammen binnen korte tijd doet verrotten, waardoor stambreuk kan optreden. Sommige soorten worden nogal eens door bladluizen aangetast. Bladvraat kan optreden door de berkenmineerwesp (Penusa pusilla).