Rassenlijst Bomen begrippenlijst

Begrippenlijst




Uitgangsmateriaal

Dit is het plantmateriaal dat bestemd is voor de productie van teeltmateriaal.

Er zijn 6 typen uitgangsmateriaal:

  1. Zaadbron, zijnde de bomen in een gebied waar zaad wordt verzameld  

  2. Opstand, zijnde een afgebakende, wat samenstelling betreft voldoende uniforme populatie bomen

  3. Zaadgaard, aanplanting van geselecteerde klonen of families die wordt afgeschermd of beheerd teneinde bestuiving door externe stuifmeelbronnen te voorkomen of te beperken en die wordt beheerd om veelvuldige, overvloedige en gemakkelijke zaadoogsten te verkrijgen

  4. Ouderplanten van een familie, zijnde bomen die ter verkrijging van nakomelingschap worden gebruikt door gecontroleerde of vrije bestuiving van één geïdentificeerde, als moederplant fungerende ouderplant met het stuifmeel van één ouderplant ('full-sib'-nakomelingschap) respectievelijk van een aantal al dan niet geïdentificeerde ouderplanten ('half-sib'-nakomelingschap)

  5. Kloon, zijnde een groep individuen (ramets) die door vegetatieve vermeerdering, van één oorspronkelijke uitgangsplant (ortet) zijn afgeleid;

  6. Mengsel van klonen, zijnde een mengsel van geïdentificeerde klonen in welbepaalde verhoudingen.

Teeltmateriaal

Dit is het materiaal dat afkomstig is van uitgangsmateriaal. Dit kunnen kegels, vruchten en zaden, plantendelen verkregen door vegetatieve vermeerdering en het plantgoed hieruit verkregen zijn.

Categorieën bosbouwkundig uitgangsmateriaal

Uitsluitend teeltmateriaal afkomstig van geregistreerd uitgangsmateriaal mag voor bosbouwkundige doeleinden verhandeld worden.

Er zijn vier categorieën teeltmateriaal:

  1. Van bekende origine (SI: Source identified)
    Teeltmateriaal dat is afgeleid van uitgangsmateriaal bestaande uit een binnen één herkomstgebied gelegen autochtone zaadbron of autochtone opstand;
  2. Geselecteerd(S: selected)
    Teeltmateriaal afkomstig van herkomsten die volgens de EU-normen op populatieniveau op uiterlijk (fenotype) geselecteerd zijn;
  3. Gekeurd (Q: Qualified)
    Teeltmateriaal dat is afgeleid van uitgangsmateriaal (zaadgaarden, ouderplanten van families, klonen of mengsels van klonen), waarvan de componenten individueel op uiterlijk (fenotype) geselecteerd zijn;
  4. Getest (T: tested)
    Teeltmateriaal afkomstig van uitgangsmateriaal (opstanden, zaadgaarden, ouderplanten van families, klonen of mengsels van klonen), dat in goed aangelegde proeven haar meerwaarde bewezen heeft boven geaccepteerde standaards.

Herkomstgebied

Nederland bestaat uit één herkomstgebied. Dit is een gedefinieerd gebied voor een soort of ondersoort, waar voldoende uniforme ecologische omstandigheden heersen en waar opstanden of zaadbronnen met soortgelijke fenotypische of genetische kenmerken worden aangetroffen.

Ras

In de rassenlijst wordt bij de vegetatief vermeerderde gewassen gesproken over rassen. Volgens de Zaaizaad- en Plantgoedwet, is een ras een plantengroep binnen één botanisch taxon van de laagst bekende rang, welke groep kan worden gedefinieerd aan de hand van de expressie van de eigenschappen die het resultaat zijn van een bepaald genotype of een combinatie van genotypen en onveranderd kan worden vermeerderd. Soms wordt in plaats van het woord ras ook wel de term cultivar gebruikt, die dezelfde betekenis heeft. Een ras kan langs vegetatieve weg, bijvoorbeeld door stekken of enten, vermeerderd worden. Zijn de bomen via vegetatieve vermeerdering afkomstig van dezelfde ouder- (moeder-) boom of -plant, dan wordt van een kloon gesproken.

Herkomst

Dit is de groeiplaats van een opstand. In overdrachtelijke zin betekent dit de feitelijke partij zaden of plantsoen van die herkomst. Dus niet alleen ‘dit plantsoen heeft als herkomst de Moretusbossen’, maar ook ‘herkomst Moretusbossen groeit beter dan herkomst X’. In die zin is een herkomst dus een geïdentificeerde populatie.

Autochtone opstand

Volgens de bosbouwrichtlijn is een opstand autochtoon als deze zich sinds de spontane vestiging na de laatste ijstijd door continue natuurlijke verjonging heeft vernieuwd. De opstand mag alleen kunstmatig zijn verjongd, als het teeltmateriaal uit dezelfde opstand of uit autochtone opstanden in de nabije omgeving is verkregen.

Inheems

Volgens de bosbouwrichtlijn is een inheemse opstand een autochtone opstand of een opstand die kunstmatig is geteeld met zaad van een andere autochtone opstand uit hetzelfde herkomstgebied. Aangezien Nederland bestaat uit één herkomstgebied, kunnen opstanden ook inheems zijn wanneer deze zijn aangelegd met bomen en struiken van een andere autochtone opstand uit andere, niet in de nabijheid gelegen regio’s in Nederland.

Bosbouwkundig gebruik

De toepassing van alle bosbouwkundig teeltmateriaal, zoals bedoeld in de Richtlijn 1999/105/EG in bossen en landschappelijke beplantingen die vallen binnen de werkingssfeer van de boswet, en de boomsoort linde en de categorie wegbeplantingen en éénrijige beplantingen op of langs landbouwgronden die bestaan uit populieren of wilgen.